Deze zomer is erg nat, maar het voorjaar was extreem droog. Nog net geen droogterecord sinds die gegevens worden bijgehouden (18e eeuw). De veendijken in Nederland moesten worden besproeid om scheuren te voorkomen. Het zoutgehalte in de Hollandse IJssel (opdringend zeewater) liep zo hoog op dat de waterschappen de waterinname stopten en water van elders haalden. Door de Rijn stroomde maar de helft van de normale waterhoeveelheid. Daar had vooral de scheepvaart behoorlijk last van. Door de klimaatverandering wordt de Rijn steeds meer een regenafhankelijke rivier met wisselende waterstanden. Het schaarse water wordt door de overheden verdeeld volgens een prioriteitenlijst. Veiligheid staat voorop. Daarna volgen het tegengaan van verzilting en de drinkwatervoorziening. Het zoute water dringt vanuit zee steeds verder landinwaarts (onder het zoete water door omdat zout water zwaarder is). Kwalitatief goed water is ook voor kwekers en tuinders van levensbelang. In diepgelegen polders komt door bodembemaling steeds meer zout kwelwater boven. Dat is oud zeewater dat ooit diep in de bodem is weggezakt. Verwacht wordt dat als de klimaatverandering doorzet, de zeespiegel stijgt en als er vaker zulke droge voorjaren zijn, zullen er andere, drastische maatregelen nodig zijn. Er zal bijvoorbeeld meer water moeten worden gebufferd, o.a. door het water niveau in het IJsselmeer een aantal centimeters meer te laten stijgen (er is nu al 10 cm verhoogd). Maar mogelijk zal er ook zeewater moeten worden ontzild. Dat kan via membraanfiltratie. Een flink aantal plantentelers beschikt al over zo’n ontziltingsinstallatie.