Op steeds meer melkveebedrijven worden de koeien het hele jaar door binnen gehouden. Op dit moment al bij zo’n 20%. Het is lastig om beweiding te combineren met schaalvergroting. Bij bedrijven met meer dan 200 koeien of met percelen die verder van de boerderij afliggen wordt dat vaak een probleem. Dat probleem bestaat vooral uit het gegeven dat er meer melkkoeien op hetzelfde terrein worden gehouden. Daardoor neemt niet alleen de ‘koedichtheid’ toe maar moet ook meer jongvee, voer (silo’s) en mest op het terrein worden ondergebracht. Boerderijen krijgen daardoor een industriële uitstraling en dat is niet goed voor het imago van de melkveehouderij en een mooi agrarisch landschap. De oplossing zou kunnen liggen in verdergaande samenwerking binnen clusters van bedrijven. Bijvoorbeeld door voer- en mestopslag centraal te regelen tussen bedrijven die samen 1000 of meer koeien houden. Op die manier is schaalvergroting verantwoord mogelijk, kan de koedichtheid acceptabel blijven en kan er op diverse plaatsen (bij de boerderijen of met een mobiele melkrobot worden gemolken. De weiden worden niet vertrapt door een te groot aantal dieren dat als één kudde opereert als de dieren in een aantal kleinere kuddes worden gehouden. Aldus de visie van Paul Galama van Wageningen UR Livestock Research.