70 % van het aardoppervlak bestaat uit water. Het meeste daarvan (97 %) is zout en vult de zeeën en oceanen. Slechts 3 % van het aardoppervlak bestaat dus uit zoet water. Geschat wordt dat 0,3 % daarvan in meren, rivieren enz. te vinden is, 2,7 % in ijskappen en gletsjers en 97 % zit onder de grond. Een groot deel daarvan is fossiel water, diep in de ondergrond verborgen, afkomstig van ijskappen die duizenden jaren geleden zijn gesmolten. Het wordt niet af nauwelijks aangevuld. Een halve eeuw geleden kon daar nog vrijwel geen gebruik van worden gemaakt. Daarna maakten nieuwe technieken het oppompen van dat water wel mogelijk en wordt die wereldwijde watervoorraad in steeds hoger tempo opgebruikt. Hoger liggend, wel hernieuwbaar grondwater wordt sneller opgepompt dan door neerslag aangevuld. Vooral in dichtbevolkte gebieden daalt de grondwaterstand daardoor schrikbarend. In laaggelegen gebieden bij de zee heeft dat als consequentie dat het zoute water uit de zee via rivieren en grondwater steeds verder onder en in het land doordringt. In veel gebieden wordt het oppompen van grondwater versneld doordat het oppervlaktewater uit meren en rivieren opraakt. Diverse rivieren bereiken in het droge seizoen tegenwoordig niet eens meer de zee. Waterstanden schommelen steeds sterker. Het Tsjaadmeer in Afrika heeft nog maar 5 % van zijn vroegere omvang. Het Baikalmeer, het grootste en diepste zoetwatermeer ter wereld (ongeveer zo groot als België), slinkt dramatisch. In forse arealen in California, USA kan geen landbouw meer worden bedreven omdat al het beschikbare water nodig is voor de drinkwatervoorziening. In het Nabije-Oosten en Noord-Afrika is de toestand even alarmerend. Gegevens uit China, India en Pakistan maken duidelijk dat honderden miljoenen mensen voedsel eten dat met opgepompt grondwater wordt geteeld. Dat raakt op en dat betekent chaos en onrust. Door de opwarming van de aarde en de stijging van de zeespiegel verdampt er ook steeds meer water. Daardoor worden regenbuien (ook bij ons) heviger, maar dat is niet genoeg om het verbruik aan water een op een aan te vullen. Het ontzilten van zeewater zet het waterprobleem in veel gebieden om in een energieprobleem. We zullen zuiniger moeten omgaan met water. In Europa verbruiken we per persoon gemiddeld tussen de 250 en 350 liter water per dag. In Noordwest-Europa meer dan in de rest van Europa, maar nog niet zoveel als een Amerikaan of Japanner. Die komen op 600 liter water per persoon per dag. In Afrika ligt het gemiddelde op 10-20 liter per dag. Met man en macht wordt ook in Nederland en België geprobeerd drinkbaar kraanwater goedkoop te houden, maar het kost steeds meer om het te produceren. In België is het grondwaterpeil in sommige aardlagen sinds 1960 met 140 m gedaald. Het is in onze contreien niet eens meer de landbouw die het meeste water verbruikt, het grootste deel wordt opgepompt voor industrieel en huishoudelijk gebruik.