De ‘gele’, sociale tuinier ziet zijn tuin als een gebruiksruimte. Hij heeft weinig kennis van en zin in tuinieren maar wil wel dat de tuin er gezellig uitziet, met een groot terras met tafels en stoelen en een plek voor kinderen. Hij is te verleiden met modieuze, decoratieve producten en instant-tuinieren.
De bijbehorende tuin is fris en verweerd tegelijk, ietwat Scandinavisch van sfeer. De tuin kenmerkt zich door het voortgaande kleurgeweld van de afgelopen jaren, maar ook door rust. De kleur wit – voor textiel, schuttingen, muren en tegels – houdt het bonte geheel fris.
Wij zien hier frisse, gladde materialen en tegelijk verweerde materialen. Dat wil zeggen: elementen als blond hout, naturel natuursteen, rotan, canvas en jute worden gecombineerd met kunststof, wit beton, aluminium en keramiek met een robuuste glazuurlaag.
Het kleurgebruik is een combinatie van lichte natuurlijke pasteltinten en vriendelijke dessins, zoals stipjes, keukenruitjes, kleine bloemetjes, maar ook haakwerk, kant, ruches. Ook natuurstructuren of structuren die aan dierenhuiden doen denken zien we terug. Veel hout, fris- en grijsgroen.
In de beplanting worden frisse paars- en lilatinten gehanteerd. Klimplanten en bomen met grijs blad zoals olijfboom en zilverberk passen er prima in. Evenals bloeiende planten met landelijk aandoende bloemen in vriendelijke paars-lilatinten.
Vaste planten
Sierheesters
Laanboom