Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Walnoot snoeien in oktober?

Kan ik in oktober nog een walnoot snoeien, het is een volwassen boom van 50 jaar.
Of in welke periode kan ik dat beter doen?

Ja, het kan nog in oktober, maar eigenlijk hoeft een walnoot nauwelijks gesnoeid te worden. Meer over het snoeien van de walnoot en de algemene verzorging kunt u lezen in onderstaande tekst.
De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Walnoot (Juglans regia)

Algemeen

De gewone walnoot of okkernoot (Juglans regia) is afkomstig uit Zuid-Europa, Centraal- en Zuidwest-Azië. De boom kan 15 tot 18 meter hoog worden, en meer dan 10 meter breed, met een mooie schermvormige kroon. Een andere notenboom die in Nederland wel voorkomt is de uit Noord-Amerika afkomstige zwarte noot (Juglans nigra). De zwarte noot wordt nog wat hoger, tot 25 meter, en maakt eveneens een brede kroon. Vanwege de mooie boomvorm en het exotische karakter werden walnoten wel aangeplant bij kastelen en buitenplaatsen. Ook bij boerderijen werden noten geplant: de stof juglandine in het blad wordt door muggen en vliegen niet aantrekkelijk gevonden. Naast de noten zelf is ook het hout van de notenboom van oudsher waardevol. Walnotenhout is buigzaam en sterk. Het heeft vaak prachtige gevlamde nerven in warme bruintinten. Het is daarom geliefd in de meubelindustrie, en wordt vaak als fineer toegepast. Vroeger werd notenhout ook gebruikt voor het maken van siervoorwerpen zoals deurklinken en geweerkolven.

Verzorging

De walnoot groeit alleen op een goed ontwaterde, kalkrijke vruchtbare grond, die absoluut niet zuur mag zijn. De grond moet daarnaast rijk zijn aan magnesium en fosfaat en sporenelementen. De zwarte noot kan verder iets droger staan dan de walnoot. De walnoot heeft veel licht en ruimte nodig, en staat dus bij voorkeur solitair, of anders minstens 8 meter bij andere bomen vandaan. De notenboom maakt een breed en diep wortelgestel. De zwarte noot maakt daarbij een penwortel, de walnoot maakt een fijner vertakt wortelgestel. Beide hebben vlezige wortels en kunnen na een aantal jaren erg moeilijk verplant worden. Voor het aanplanten moet het plantgat zo groot mogelijk zijn, bij voorkeur zeker een meter diep, en liefst losgemaakt zijn tot op het grondwater. De beste planttijd is vroeg in het voorjaar, net voordat de groei begint. Onder een notenboom wil andere beplanting vaak niet groeien, doordat de wortels een bepaalde stof afscheiden. Bij het planten altijd een boompaal aanbrengen: ze groeien nogal eens scheef.
Een notenboom hoeft eigenlijk niet gesnoeid te worden. Het snoeien beperkt zich dan ook tot het verwijderen van dood, ziek of kruisend hout, en eventueel noodzakelijke correcties in de kroonopbouw, bijvoorbeeld om een mooie doorgaande spil te krijgen. Het beste wordt er gesnoeid in de periode tussen juni en eind oktober, dus wanneer de boom vol in het blad staat. Wordt er buiten deze periode gesnoeid dan bestaat de kans dat de boom zich doodbloedt, net als esdoorn, de berk, haagbeuk. De boom maakt na sterk terugsnoeien op overjarig hout slecht opnieuw knoppen of uitlopers. Na sterke snoei wordt met name de walnoot bovendien gevoeliger voor nachtvorst.
Nachtvorst geeft nog een ander probleem. De walnoot bloeit in april en mei. Aan de boom verschijnen zowel mannelijke als vrouwelijke katjes, maar deze bloeien niet altijd gelijktijdig. De vrouwelijke katjes bloeien aan het eind van de jonge scheuten, en zijn gevoelig voor late nachtvorst, terwijl vorst ook de stuifmeelverspreiding kan verstoren. Welke katjes als eerste bloeien is afhankelijk van de temperatuur, die daardoor de vruchtbaarheid beïnvloedt. Zowel de bloei als de vruchtzetting zijn daardoor erg onvoorspelbaar. Zelfbestuiving is mogelijk evenals kruisbestuiving, terwijl ook bevruchting zonder bestuiving op kan treden.
Rijpe noten vallen vanzelf uit de boom, en kunnen dan geraapt worden. Plukken geeft risico van takbeschadiging, met kans op bloeden. De geraapte noten moeten eerst enkele weken in een goed geventileerde ruimte (of bij mooi weer in de zon) gedroogd worden. Daarna kunnen ze wel 2 jaar bewaard worden. Gepelde noten kunnen in een plastic doosje in de vriezer tot een jaar goed blijven.

Vermeerdering

Walnoten kunnen gezaaid of geënt worden. Bij zaailingen zijn de eigenschappen (zoals bloeitijd, vorst- en ziektegevoeligheid, productie en smaak van de vruchten) niet vooraf bekend. Bovendien kan het bij gezaaide bomen 10 tot 15 jaar duren voordat de productie op gang komt. Bij geënte bomen zijn de eigenschappen wel bekend, en start de productie soms al na 4 jaar.

Ziekten en plagen

Juglans kan last krijgen van verschillende bladluizen: de bonte okkernootbladluis (Chromaphis juglandis) en de gele okkernootbladluis (Chromaphis juglandicola). Tegen bladluis op fruitbomen kan gespoten worden met bijvoorbeeld Admire of Pyrethrum vloeibaar, beide van fabrikant Bayer.
De bladluizen maken bij het zuigen gaatjes in het blad en de jonge twijgen, waardoor de boom vatbaar wordt voor een bacterieziekte Pseudomonas (oud: Xanthomonas) juglandis). De bacterie geeft bruine vlekken op bladeren en bolster, de vrucht in de bolster kan zwart en slijmerig worden, met name als de bacterie vroeg in het seizoen al toeslaat. Ook te veel bemesten of een te voedselrijke grond maakt bomen vatbaarder voor de bacterie. Bij jonge bomen kunnen ook de scheuten aangetast worden.
Ook bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla) veroorzaakt bruine, hoekige vlekken op het blad, en later ook bladval. De scheuten en bolsters kunnen daarbij ook ingezonken bruine vlekken vertonen. Zelfs de noten kunnen er door verdrogen (droogrot). Deze ziekte treedt vooral op bij nat voorjaarsweer, en verspreidt zich verder van uit het op de grond liggende afgevallen blad.
Zowel de bacterieziekte als de bladvlekkenziekte zijn te bestrijden door te spuiten met koperoxychloride (50 gram op 10 liter water). Met name de oude selecties zijn gevoelig voor Pseudomonas en bladvlekkenziekte.
Bij noten met een dunne schaal kunnen vogels voor schade zorgen als door pikken de noot wat open komt te staan. Dit kan bij sommige rassen tot beschimmelde kernen leiden.

Selecties

Wordt de Juglans geplant met als doel een hoge opbrengst aan noten te krijgen, dan kunnen (ongeacht de bestuivingswijze van de selectie) beter 2 of meer bomen aangeplant worden van verschillende selecties waarvan de bloeiperioden elkaar overlappen. Omdat de bomen windbestuivers zijn hoeven ze niet dicht bij elkaar in de buurt te staan. De aftand tussen de bomen moet zelfs minimaal 15 meter bedragen. Wel moet er bij het planten op gelet worden dat het zaad van de bestuiver de kant van de vruchtdragende boom opwaait. Vaak zijn de selecties geënt op een onderstam. Meestal wordt gebruik gemaakt van Juglans regia als onderstam. Ook Juglans nigra (zwarte walnoot) wordt wel gebruikt als onderstam, maar die is gevoelig voor het kersenbladrolvirus, wat zelfs het afsterven van de boom kan veroorzaken. Een fruitboomkweker in de regio waar men woont weet over het algemeen veel over de eigenschappen van de selecties en de geschiktheid ervan voor lokale aanplant.

Selectie bijzonderheden

Amphyon goede brede groeier, laat uitlopend, bevruchting zonder bestuiving, goede smaak, weinig ziektegevoelig, geschikt voor de noordelijke provincies
Axel sterke opgaande groei, grote noten maar slecht bewaarbaar, gevoelig voor Pseudomonas en bladvlekkenziekte
Broadview matige groeier, goed winterhard, niet zelfbestuivend, wel soms bevruchting zonder bestuiving, vroeg vruchtbaar en daarna goede productie, goede smaak, weinig ziektegevoelig, zeer winterhard beneden de grote rivieren
Buccaneer matige opgaande groeier, laat uitlopend, zelfbestuiver, vroeg vruchtbaar en daarna matige productie, goede maar wat bittere smaak, weinig ziektegevoelig, minder geschikt voor de noordelijke provincies
Coenen flinke groeier met losse kroon, vroeg uitlopend, niet zelfbestuivend (bestuiver o.a. Broadview), grote noten, goede smaak
Drjanovski laat uitlopend, lekkere maar kleine noten
Franquette sterke groeier, laat uitlopend, laat bloeiend, moeilijk te bestuiven (dus slecht tot wisselvallig qua productie), vooral mooi hout leverend
Hansen matig tot zwakke groeier, winterhard, niet zelfbestuivend, noten in trossen, weinig ziektegevoelig
Nr. 16 matige groeier, vroeg uitlopend, zelfbestuiver, vroeg vruchtbaar en daarna goede productie, weinig ziektegevoelig
Nr. 139, Weinheimer matige groeier, goede productie, niet zelfbestuivend, wel bevruchting zonder bestuiving mogelijk, grote noten, goede smaak, ziektegevoelig bij nat weer
Parisienne sterke opgaande groeier, laat vruchtbaar maar daarna regelmatige productie, laat uitlopend, niet zelfbestuivend, weinig ziektegevoelig
Plovdivski matige maar brede groeier, vroeg uitlopend, niet zelfbestuivend, dikke schaal, goede smaak
Provlavski sterke en brede groeier, grootbladig, vroeg uitlopend (bestuivers o.a. Buccaneer, Coenen, Nr. 16, Rita), dikke schaal, lekkere noten, weinig ziektegevoelig
Red Danube, Roter Donau matige groeier, middelgrote noot met rode kern
Rita zwakke groeier met dichte kroon, vroeg uitlopend, zelfbestuiver, grote productie van asymmetrische noten, weinig ziektegevoelig
Wonder van Monrepos matige groeier, laat uitlopend, niet zelfbestuivend, wel bevruchting zonder bestuiving mogelijk, goede productie, weinig ziektegevoelig

Laciniata blad diep ingesneden, trage groeier, winterhard
Purpurea roodbladig, langzame (struikvormige) groeier, niet 100% winterhard, rode vruchten eetbaar